Home

Federatie van medisch wetenschappelijke verenigingen

Dutch federation of Biomedical Scientific Societies

Zoeken

Info bestuur

Primary links

  • Over FMWV
    • FEDERAlustrum
      • Lustrumboek
      • Peiljaren
      • Verworvenheden regelneming
      • Vroeger aangesloten verenigingen
      • Brief aan bedrijven
      • Voorzitter Officier O-N
    • Missie
    • Verenigingen
    • Documentatie
    • Organisatie
    • Historie
    • Vergaderagenda
    • FMWV in English
    • Links
  • COREON
    • Dagelijks Bestuur COREON
    • Organisatie en werkwijze
    • Mijlpalen
    • Juridische ondersteuning
    • Gedragscodes Codes of Conduct EN
    • COREON op WEON
      • 2011 Nader gebruik data
      • 2010 Tijdrovend en duur?
      • 2009 Vermenigvuldigen
      • 2008 Lichaamsmateriaal
      • 2007 Bewaren
      • 2006 Europees
      • 2004 Divers
    • COREON at European level
    • Nuttige links
    • Bijeenkomsten
  • Pleitbezorging
    • Carrièreperspectief
    • Regelgeving
      • GCP en EU
      • Multicenter
      • CCMO
      • Biotechnologie
      • Situatie in UK
      • Wet cz
    • Geneesmiddelen
    • Dierproeven
    • Lichaamsmateriaal
    • Onderzoeksbeleid
  • MWD
    • 2012 - Regeneratieve Geneeskunde
    • 2011 - Chronic Inflammation
      • Prijswinnaar
      • Medisch en Zorg
      • Scientific Program
      • Accreditatie
    • 2010 - Hepatitis
    • 2009 - Veroudering
    • 2008 - Obesitas
    • 2007 - Kanker
    • 2006 - Vaccinatie
    • 2005 - Zwangerschap
    • Federaprijs-winnaars
  • FederaBulletin
    • Verschenen FederaBulletins
      • 2012, 1
      • 2011, 4
      • 2011, 3
      • 2011, 2
      • 2011, 1
      • 2010
      • 2009
      • 2008
      • 2007
      • 2006
    • Ontvangen Bulletin
    • Over FederaBulletin
    • Over Mediator
  • Contact
Home › Pleitbezorging › Regelgeving › Good Clinical Practice en EU

Pleitbezorging

  • Carrièreperspectief
  • Regelgeving
    • GCP en EU
    • Multicenter
    • CCMO
    • Biotechnologie
    • Situatie in UK
    • Wet cz
  • Geneesmiddelen
  • Dierproeven
  • Lichaamsmateriaal
  • Onderzoeksbeleid

Problemen door implementatie EU-richtlijn GCP
Acht jaar na de invoering van Richtlijn 2001/20/EG signaleert mr. Evert-Ben van Veen dat de Europese landen de richtlijn met grote verschillen hebben geïmplementeerd. Naar zijn oordeel gebeurde de invoering in een aantal landen te strikt.

Een van de gevolgen is dat zowel de farmaceutische industrie als niet-commerciële organisaties melden dat de admistratieve last is gestegen. In het artikel 'De implementatie van Richtlijn 2001/20/EC in Europa' in het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht (33; 6, oktober 2009) biedt Van Veen enige oplossingen, waarbij hij waarschuwt voor de effecten van meer regelgeving. Artikel van EB van Veen, PDF, 175 KB

 

Europese consequenties GCP-richtlijn
van onze juridische correspondent mr. Evert-Ben van Veen

Richtlijn 2001/20 EC (de GCP-Richtlijn) lijkt een aantal negatieve consequenties te hebben gehad voor het biomedisch onderzoek in Europa. Deze gevolgen werden voor het eerst systematisch besproken in een conferentie van de EMEA op 3 oktober 2007 (1). Vervolgens was er een conferentie bij de EORTC, en daarna op 2 december 2008 bij de European Science Foundation (ESF), georganiseerd door het European Forum on Good Clinical Practice (EFGCP).

Op de laatstgenoemde conferenties besprak men de resultaten van een eenjarig FP 7-onderzoek naar de wijze van implementatie van de GCP-richtlijn in de EU-landen en de effecten hiervan op het niet-commerciële of academische onderzoek met geneesmiddelen (2). Die implementaties blijken nogal uiteen te lopen in de diverse landen met soms desastreuze effecten.
Hoewel voornamelijk anekdotisch, blijkt dat laatste uit gegevens van de EORTC en van diverse academische onderzoekers.

In sommige landen wordt echter gesteld, dat het aantal goedgekeurde protocollen niet is afgenomen en evenmin steeg de doorlooptijd. Dan blijkt de Richtlijn relatief 'mild' te zijn geïmplementeerd, zoals ook in Nederland, waar in een door het ministerie van VWS bijeengeroepen Commissie (waaraan ook de FEDERA deelnam) een (3) 'Instruction Manual' gereedkwam en druk op beide kamers van de Staten Generaal werd uitgeoefend om tegenstrijdige en overbodige overlappingen van toezichthouders met expansiedrift tegen te gaan. Die situaties kunnen niet zonder meer worden doorgetrokken naar andere landen en nog minder naar beoogde Europese studies in landen die kampen met minder goedgekeurde protocollen, verlenging van de doorlooptijd en verschuiving qua type onderzoek dat nog wel wordt verricht.

Niet zozeer is de Richtlijn als zodanig het probleem, maar de nationale implementatie. Enkele voorbeelden:
In een aantal landen blijkt het volledige regiem van de Richtlijn ook toegepast op:

  • fase 4-geneesmiddel-onderzoek (waarbij o.a. een IMD-dossier moet worden overlegd
  • niet-geneesmiddelenonderzoek.

 

Los van de reikwijdte gaat het ook om de interpretatie van de bepalingen, bij bijvoorbeeld:

  • therapievergelijkingen in fase 3-onderzoek van combinaties van reeds geregistreerde geneesmiddelen en andere vormen van therapie
  • het toepassen van safety reporting, GMP en substantiële amendementen
  • omgang met de bepalingen omtrent de 'sponsor' (of 'verrichter' in de termen van 'onze' WMO) in geval van academisch onderzoek, wanneer meerdere academische centra in Europa op voet van gelijkwaardigheid samenwerken. In sommige landen moet één van deze centra dan alle verantwoordelijkheden van de sponsor, zoals de proefpersonenverzekering, voor de gehele studie op zich nemen. Hiertoe is niet één UMC (waar ook in Europa) in staat.

Van de beoogde harmonisatie van de voorwaarden voor klinisch geneesmiddelenonderzoek is met de Richtlijn dus weinig terechtgekomen.
Maar, dat lijkt ook te gelden voor de bevordering van de veiligheid van de proefpersoon, een van de andere doelstellingen van de Richtlijn. Hierover was 'onze' Cees Smit, als patiëntvertegenwoordiger (VSOP, NPCF), vrij stellig. Overigens was hij de enige Nederlandse spreker op genoemd carrousel van symposia over de Richtlijn. Genoemd EORTC-symposium had ook een sessie over biobanking, waarover ondergetekende zich mocht uitlaten.
Inzetten op Europese harmonisatie door Europese regelgeving leidt dus eerder tot bureaucratie dan tot meer harmonisatie. In de biobanking-wereld kan men dit maar niet geloven. Na de ochtendsessie over de Richtlijn was het nu een schot voor open doel.

Wat is nu het vervolg? In Europa wordt thans aan verschillende zaken gedacht, die elkaar overigens niet uit hoeven te sluiten:
- meer en betere ondersteuning aan academische onderzoekers
- harmoniserende verklaringen en richtsnoeren van de Europese Commissie
- aanpassing van de Richtlijn.
Lag bij de EMEA-conferentie de nadruk op de eerste twee opties, op de laatste conferentie lag de 3de optie uitdrukkelijk op tafel. Besluiten werden overigens niet genomen, hetgeen ook niet mogelijk is in zulke bijeenkomsten. Een aanpassing zou gebaseerd moeten zijn op een gedifferentieerd regiem voor klinische trials of alle biomedisch onderzoek waarbij mensen worden betrokken. De differentiatie moet gevonden worden in het risico dat dit onderzoek met zich meebrengt.

In Nederland is de Europese Richtlijn zo beperkt mogelijk geïmplementeerd en is die benadering al gevolgd, zoveel als mogelijk was binnen de beperkingen van de Richtlijn. De bovengenoemde Nederlandse polderaanpak, daarbij overigens ook geholpen door de stevige inzet van de Eerste Kamer, resulteerde in zo weinig mogelijk belemmeringen voor 'investigator initiated' onderzoek. Dit zou andere landen tot voorbeeld kunnen strekken. Het is echter de vraag of het daarvoor niet te laat is, nu overal 'regulatory authorities' zijn ontstaan op basis van de nationale interpretaties van de Richtlijn. Men hoeft niet lang in de bestuurskunde te hebben doorgestudeerd om te weten dat zulke autoriteiten deze bevoegdheden niet gemakkelijk zullen afstaan.

Een inzet van Europese onderzoekers voor zelfregulering, die daarmee de authorities bestoken, is binnen Europa niet gemakkelijk te verwezenlijken vanwege de zeer verschillende achtergronden. Op de onderscheiden conferenties sprak men overigens erg vanuit de eigen problematiek en zocht men oplossingen binnen dat kader. Daarbij komt een ander fenomeen, namelijk dat die oplossingen toch ergens verzameld en geformuleerd moeten worden. Wetenschappers hebben daarvoor geen tijd. Dat betekent de inzet van ambtenaren van overkoepelende organisaties zoals de European Science Foundation of de EFGCP.
Zo is niet ondenkbaar, dan wat aan de ene kant aan belemmeringen wordt weggenomen, er aan de andere kant weer bijkomt.

Een 'risk-based' benadering lag overigens ook ten grondslag aan het zojuist in Nederland in FEDERA-verband gereedgekomen rapport Toetsing op Maat (TOM). Er zijn echter belangrijke verschillen, los van uiteraard het feit dat TOM zich tot de Nederlandse situatie beperkt: TOM gaat uitdrukkelijk niet over geneesmiddelonderzoek en zelfs niet over interventie-onderzoek. Een ander verschilpunt is, wellicht ook met de algemene Nederlandse discussie, dat het rapport niet probeert een consensusoplossing aan te dragen. Het probeert de discussie te kantelen door wijzer geworden en fris naar de WMO en observationeel onderzoek te kijken. De overeenkomst is wel dat problemen van onderzoekers serieus zijn genomen. Overigens zijn die problemen in een aantal andere Europese landen ernstiger, maar daar gaan wij niet over.

In Europa gaat men langzaam maar zeker meer naar onderzoekers luisteren. En overigens ook naar patiënten, maar die zijn bij onderzoek veelal elkaars bondgenoten, zoals ook bleek uit de voordracht van Smit op het EFGCP-congres. Op dat gebied lijkt Nederland een voorsprong te hebben, mede dankzij de inspanningen van de FEDERA uiteraard. Het TOM-rapport zal er toe kunnen bijdragen dat die voorsprong bij het observationeel onderzoek wordt behouden. Voor het geneesmiddelenonderzoek binnen Europa lijkt echter nog een lange weg te gaan.

1 http://www.emea.europa.eu/pdfs/conferenceflyers/clinicaltrials/report.pdf

2 http://www.ecrin.org/      (2009)

3 Clinical Research with medicinal products in the Netherlands: instruction manual. (H. Pieterse, 2005, ed.) 2005

Voor een inschatting van gebrekkige en diverse implementatie van goedbedoelde Europese regelzucht zie ook het artikel van Mr. EB van Veen in het Eur J Cancer 2008. 

Footer

  • Login

Powered by Dutch Web Promotion